Werkwoordelijk gezegde

Wat is het werkwoordelijk gezegde?

Het werkwoordelijk gezegde bestaat uit alle werkwoorden in de zin samen, inclusief de persoonsvorm. Vaak is dat maar één woord, maar het kunnen er ook twee of drie zijn.

Ik heb de hele taart opgegeten.

Hier bestaat het werkwoordelijk gezegde uit twee delen: "heb" (persoonsvorm) en "opgegeten" (voltooid deelwoord). Samen vormen ze het werkwoordelijk gezegde.

  • De persoonsvorm hoort altijd bij het werkwoordelijk gezegde.
  • Hulpwerkwoorden van tijd (hebben, zijn) en van modaliteit (kunnen, mogen, willen, moeten) horen er ook bij.
  • Tussenliggende woorden (zoals "de hele taart") horen er niet bij, ook al staan ze tussen de werkwoorden in.

Oefeningen

Klik alle werkwoorden aan die samen het werkwoordelijk gezegde vormen. De oefeningen lopen op van groep 7 tot klas 5-6 vo.

geselecteerd goed gekozen fout gekozen gemist

Andere onderdelen