ZINSONTLEDING doe je zó!
Leer- en werkboek.
- Kernachtige uitleg
- Diverse oefeningen
- Voor elk niveau
BESTEL NU
€14,95
Het meewerkend voorwerp geeft aan voor wie of aan wie iets gebeurt. Je vindt het met de vraag: "aan/voor wie + de rest van de zin?"
Ik geef mijn zus een cadeau.
Vraag: aan wie geef ik een cadeau? Antwoord: "mijn zus" — dat is het meewerkend voorwerp. Je zou ook kunnen zeggen: "Ik geef een cadeau aan mijn zus."
Klik het meewerkend voorwerp aan. Dit onderdeel start vanaf groep 8.