ZINSONTLEDING doe je zó!
Leer- en werkboek.
- Kernachtige uitleg
- Diverse oefeningen
- Voor elk niveau
In klas 3 en 4 ga je dieper: je herhaalt alle bekende zinsdelen op een hoger niveau en je leert kijken naar de opbouw van een zinsdeel zelf, de zogeheten zinsdeelstukken.
Klik op een onderdeel om direct naar de oefeningen op het juiste niveau te gaan.
Let op het hulpwerkwoord in de zin.
OnderdeelOok herkennen in vraagzinnen.
OnderdeelGemengde oefening met alle patronen.
OnderdeelOok met lijken, blijven, heten, schijnen.
OnderdeelOok als voornaamwoord.
OnderdeelOok als voornaamwoord.
OnderdeelNu ook de bepaling van wijze.
Vanaf klas 3-4 ga je niet alleen naar hele zinsdelen kijken, maar ook naar de opbouw ván een zinsdeel. Zo'n onderdeel van een zinsdeel heet een zinsdeelstuk. Denk aan de bijvoeglijke bepaling ("de grote hond") en de bijwoordelijke bepaling bij een zinsdeel ("de heel grote hond").