ZINSONTLEDING doe je zó!
Leer- en werkboek.
- Kernachtige uitleg
- Diverse oefeningen
- Voor elk niveau
BESTEL NU
€14,95
Een voorzetselvoorwerp hoort bij een werkwoord dat altijd samengaat met hetzelfde voorzetsel, zoals "wachten op", "houden van" of "denken aan". Het voorzetsel en het voorwerp horen bij elkaar en vormen samen het voorzetselvoorwerp.
Wij wachten op de bus.
"wachten" gaat altijd samen met "op": je wacht niet "aan" of "voor" iets. "op de bus" is hier het voorzetselvoorwerp.
Klik het voorzetselvoorwerp aan (het voorzetsel hoort erbij). Dit onderdeel hoort vooral bij klas 5-6 vo.