ZINSONTLEDING doe je zó!
Leer- en werkboek.
- Kernachtige uitleg
- Diverse oefeningen
- Voor elk niveau
BESTEL NU
€14,95
Een naamwoordelijk gezegde bestaat uit een koppelwerkwoord (zoals zijn, worden, blijven, lijken, heten, schijnen) plus een woord of woordgroep die iets over het onderwerp zegt: het naamwoordelijk deel.
Mijn broer is timmerman.
"is" is het koppelwerkwoord, "timmerman" zegt iets over het onderwerp. Samen vormen ze het naamwoordelijk gezegde.
Klik het koppelwerkwoord én het naamwoordelijk deel aan (samen vormen ze het naamwoordelijk gezegde). Dit onderdeel start vanaf klas 1-2 vo.