Naamwoordelijk gezegde

Wat is het naamwoordelijk gezegde?

Een naamwoordelijk gezegde bestaat uit een koppelwerkwoord (zoals zijn, worden, blijven, lijken, heten, schijnen) plus een woord of woordgroep die iets over het onderwerp zegt: het naamwoordelijk deel.

Mijn broer is timmerman.

"is" is het koppelwerkwoord, "timmerman" zegt iets over het onderwerp. Samen vormen ze het naamwoordelijk gezegde.

  • Bekende koppelwerkwoorden: zijn, worden, blijven, lijken, heten, schijnen, blijken.
  • Het naamwoordelijk deel kan een bijvoeglijk naamwoord zijn ("moe") of een zelfstandig naamwoord ("timmerman").
  • Bij twijfel: kun je "is" vervangen door "=" ? Dan gaat het om een naamwoordelijk gezegde ("Mijn broer = timmerman").

Oefeningen

Klik het koppelwerkwoord én het naamwoordelijk deel aan (samen vormen ze het naamwoordelijk gezegde). Dit onderdeel start vanaf klas 1-2 vo.

geselecteerd goed gekozen fout gekozen gemist

Andere onderdelen